Dhikr 204
Aanroep voor iemand die tegen je zegt: Moge Allah je zegenen
((وَفِيكَ بَارَكَ اللَّهُ)).
Aaishah verhaalde dat de Boodschapper van Allah een schaap kreeg en hij opdracht gaf tot de distributie ervan. Wanneer de dienaar terugkwam (van het uitdelen), vroeg ʿAishah: ‘Wat zeiden ze?’, hij antwoordde: Ze smeekten: (Moge Allah jullie allemaal zegenen.) ʿAishah zei dan: (en moge Allah hen zegenen.)) (we beantwoorden hun smeekbede op een vergelijkbare manier en onze beloning blijft bij ons.
