Hoofdstuk 120

Smeekbede die moet worden gereciteerd in het heilige gebied van Muzdalifah

Talbiyah en smeekbeden voor de belangrijkste rituelen van de bedevaart.

1 dhikr Audio beschikbaar
01
Dhikr 238

Smeekbede die moet worden gereciteerd in het heilige gebied van Muzdalifah

رَكِبَ النَّبِيُّ صلى الله عليه وسلم الْقَصْوَاءَ حَتَّى أَتَى الْمَشْعَرَ الْحَرَامَ فَاسْتَقْبَلَ الْقِبْلَةَ (فَدَعَاهُ، وَكَبَّرَهُ، وَهَللَّهُ، وَوَحَّدَهُ) فَلَمْ يَزَلْ وَاقِفاً حَتَّى أَسْفَرَ جِدَّاً فَدَفَعَ قَبْلَ أَنْ تَطْلُعَ الشَّمسُ.

De Profeet reed op zijn kameel, Al-Qaswa, totdat hij het heilige gebied (Al-Mash aril Haraam) bereikte. Toen keek hij naar de Qiblah en riep Allah aan, en zei herhaaldelijk de woorden: Allaahu Akbar (Allah is de Grootste), Allaahu Ahad (Allah is Eén) en Laa ilaaha illallaah (Er is niemand het waard om aanbeden te worden behalve Allah). Hij bleef stilstaan ​​totdat de lucht geel werd door de dageraad, en ging toen verder voordat zonsopgang opkwam.