Aanroepingen in tijden van zorgen en verdriet · 1 van 2
((اللَّهُمَّ إِنِّي عَبْدُكَ، ابْنُ عَبْدِكَ، ابْنُ أَمَتِكَ، نَاصِيَتِي بِيَدِكَ، مَاضٍ فِيَّ حُكْمُكَ، عَدْلٌ فِيَّ قَضَاؤُكَ، أَسْأَلُكَ بِكُــــلِّ اسْمٍ هُوَ لَكَ، سَمَّيْتَ بِهِ نَفْسَكَ، أَوْ أَنْزَلْتَهُ فِي كِتَابِكَ، أَوْ عَلَّمْتَهُ أَحَداً مِنْ خَلْقِكَ، أَوِ اسْتَأْثَرْتَ بِهِ فِي عِلْمِ الغَيْبِ عِنْدَكَ، أَنْ تَجْعَلَ القُرْآنَ رَبِيعَ قَلْبِي، وَنُورَ صَدْرِي، وَجَلاَءَ حُزْنِي، وَذَهَابَ هَمِّي)).
O Allah, ik ben Uw dienaar, zoon van Uw dienaar, zoon van Uw dienstmaagd, mijn spie is in Uw hand (d.w.z. U hebt volledige controle over), Uw bevel over mij wordt voor altijd uitgevoerd en Uw besluit over mij is rechtvaardig. Ik vraag U bij elke naam die U toebehoort en waarmee U Uzelf noemde, of die U in Uw Boek hebt geopenbaard, of die U aan iemand van Uw schepping hebt onderwezen, of die U in de kennis van het ongeziene bij U hebt bewaard, dat U de Koran tot het leven van mijn hart en het licht van mijn borst maakt, en een vertrekpunt voor mijn verdriet en een bevrijding voor mijn angst.
