Aanroepingen tegen de onderdrukking van heersers · 1 van 2
((اللَّهُمَّ ربَّ السَّمَوَاتِ السَّبْعِ، وَرَبَّ الْعَرْشِ الْعَظِيمِ، كُنْ لِي جَاراً مِنْ فُلاَنِ بْنِ فُلاَنٍ، وَأَحْزَابِهِ مِنْ خَلاَئِقِكَ، أَنْ يَفْرُطَ عَلَيَّ أَحَدٌ مِنْهُمْ أَوْ يَطْغَى، عَزَّ جَارُكَ، وَجَلَّ ثَنَاؤُكَ، وَلاَ إِلَهَ إِلاَّ أَنْتَ)).
O Allah, Heer van de zeven hemelen, Heer van de Prachtige Troon, wees voor mij een steun tegen [die en die persoon] en zijn helpers uit uw schepselen, opdat niemand van hen mij misbruikt of mij onrecht aandoet. Machtig is uw beschermheerschap en glorieus zijn uw lof. Er is niemand die het waard is om aanbeden te worden behalve jij.
