Dhikr 162
Aanroeping voor de nabestaanden
((إِنَّ للَّهِ مَا أَخَذَ، وَلَهُ مَا أَعْطَى، وَكُلُّ شَيْءٍ عِنْدَهُ بِأَجَلٍ مُسَمَّى... فَلْتَصْبِرْ وَلْتَحْتَسِبْ)). وَإِنْ قَالَ: ((أَعْظَمَ اللَّهُ أَجْرَكَ، وَأَحْسَنَ عَزَاءَكَ، وَغَفَرَ لِمَيِّتِكَ)) فَحَسَنٌ.
Voorwaar, aan Allah behoort wat Hij nam en aan Hem behoort wat Hij gaf, en alles met Hem heeft een afgesproken tijd... en toen beval hij haar om geduldig te zijn en te hopen op de beloning van Allah.) (De woorden (faltasbir waltahtasib) zijn bevelen in de vrouwelijke 3e persoonsvorm, dus ze zullen moeten worden veranderd met betrekking tot wie wordt aangesproken.
