((اللَّهُمَّ اهْدِنِي فِيمَنْ هَدَيْتَ، وَعَافِنِي فِيمَنْ عَافَيْتَ، وَتَوَلَّنِي فِيمَنْ تَوَلَّيْتَ، وَبَارِكْ لِي فِيمَا أَعْطَيْتَ، وَقِنِي شَرَّ مَا قَضَيْتَ؛ فَإِنَّكَ تَقْضِي وَلاَ يُقْضَى عَلَيْكَ، إِنَّهُ لاَ يَذِلُّ مَنْ وَالَيْتَ، [وَلاَ يَعِزُّ مَنْ عَادَيْتَ]، تَبارَكْتَ رَبَّنا وَتَعَالَيْتَ)).
Allāhumma’hdinī fī man hadayt. wa `āfinī fī man `āfayt. wa tawallanī fī man tawallayt. wa bārik lī fī mā a`atayt. wa qinī sharra mā qaḍayt. fa innaka taqḍī wa lā yuqḍā `alayk. innahu lā yadhillu man wālayt,[wa lā ya`izzu man `ādayt]. tabārakta Rabbanā wa ta`ālayt.
O Allah, leid mij samen met degenen die U heeft geleid, vergeef mij samen met degenen aan wie U gratie heeft verleend, wees een bondgenoot van mij samen met degenen voor wie U een bondgenoot bent en zegen voor mij datgene wat U hebt geschonken. Bescherm mij tegen het kwaad dat U heeft verordend, want voorwaar U besluit en niemand kan over U een besluit nemen. Zeker, hij aan wie u trouw toont, wordt nooit vernederd en hij die U als vijand beschouwt, wordt nooit geëerd en machtig. O onze Heer, Gezegend en Verheven bent U.) (Het kwade hebt u verordend: Allah schept geen puur kwaad dat geen enkel goed heeft of enig voordeel, wijsheid of barmhartigheid bevat, noch straft Hij iemand zonder een zonde te hebben begaan. Iets kan goed zijn in termen van zijn schepping wanneer het vanuit een bepaald perspectief wordt bekeken en tegelijkertijd slecht zijn wanneer het vanuit een ander perspectief wordt bekeken. Allah heeft de duivel geschapen en door hem test Hij Zijn dienaren, dus er zijn mensen die de duivel haten, hem en zijn manier bevechten. en zij staan vijandig tegenover hem en zijn volgelingen en er zijn anderen die trouw zijn aan de duivel en zijn voetstappen volgen. Het kwaad bestaat dus in Zijn schepselen door Zijn wil en wijsheid, niet in Zijn daden of scheppingsdaad.
Nederlandse werkvertaling van de Engelstalige betekenis.