((إِذَا عَطَسَ أَحَدُكُم فَلْيَقُلِ الْحَمْدُ لِلَّهِ، وَلْيَقُلْ لَهُ أَخُوهُ أَوْ صَاحِبُهُ: يَرْحَمُكَ اللَّهُ، فَإِذَا قَالَ لَهُ: يَرحَمُكَ اللَّهُ، فَلْيَقُلْ: يَهْدِيكُمُ اللَّهُ وَيُصْلِحُ بَالَكُمْ)).
Alḥamdulillāh. Yarḥamukallāh. Yahdīkumu ’llāhu wa yuṣliḥu bālakum.
Wanneer een van jullie niest, moet hij zeggen: (Alle lof is voor Allah.) en zijn broeder of metgezel moet tegen hem zeggen: (Moge Allah genade met je hebben.) en hij (dat wil zeggen degene die niesde) antwoordt hem: (Moge Allah je leiden en je toestand rechtzetten.)
Nederlandse werkvertaling van de Engelstalige betekenis.