Hoofdstuk 16

Aanroepingen voor het begin van het gebed

Smeekbeden voor het gebed, tijdens de salah en na de taslīm.

6 adhkar Audio beschikbaar
01
Dhikr 27

Aanroepingen voor het begin van het gebed · 1 van 6

((اللَّهُمَّ بَاعِدْ بَيْنِي وَبَيْنَ خَطَايَايَ كَمَا بَاعَدْتَ بَيْنَ الْمَشْرِقِ وَالْمَغْرِبِ، اللَّهُمَّ نَقِّنِي مِنْ خَطَايَايَ كَمَا يُنَقَّى الثَّوْبُ الْأَبْيَضُ مِنَ الدَّنَسِ، اللَّهُمَّ اغْسِلْني مِنْ خَطَايَايَ، بِالثَّلْجِ وَالْماءِ وَالْبَرَدِ)).

O Allah, verwijder mij van mijn zonden, net zoals U het Oosten van het Westen hebt gescheiden. O Allah, zuiver mij van mijn zonden zoals een wit gewaad wordt gezuiverd van vuiligheid. O Allah, reinig mij van mijn zonden met sneeuw, water en ijs.

02
Dhikr 28

Aanroepingen voor het begin van het gebed · 2 van 6

((سُبْحانَكَ اللَّهُمَّ وَبِحَمْدِكَ، وَتَبارَكَ اسْمُكَ، وَتَعَالَى جَدُّكَ، وَلاَ إِلَهَ غَيْرُكَ)).

Hoe perfect bent U, O Allah, en ik prijs U. Gezegend zij Uw naam, en verheven is Uw positie en niemand heeft het recht aanbeden te worden behalve U.

03
Dhikr 29

Aanroepingen voor het begin van het gebed · 3 van 6

((وَجَّهْتُ وَجْهِيَ لِلَّذِي فَطَرَ السَّمَوَاتِ وَالأَرْضَ حَنِيفَاً وَمَا أَنَا مِنَ الْمُشْرِكِينَ، إِنَّ صَلاَتِي، وَنُسُكِي، وَمَحْيَايَ، وَمَمَاتِي لِلَّهِ رَبِّ الْعَالَمِينَ، لاَ شَرِيكَ لَهُ وَبِذَلِكَ أُمِرْتُ وَأَنَا مِنَ الْمُسْلِمِينَ. اللَّهُمَّ أَنْتَ المَلِكُ لاَ إِلَهَ إِلاَّ أَنْتَ، أَنْتَ رَبِّي وَأَنَا عَبْدُكَ، ظَلَمْتُ نَفْسِي وَاعْتَرَفْتُ بِذَنْبِي فَاغْفِرْ لِي ذُنُوبي جَمِيعَاً إِنَّهُ لاَ يَغْفِرُ الذُّنوبَ إِلاَّ أَنْتَ. وَاهْدِنِي لِأَحْسَنِ الأَخْلاقِ لاَ يَهْدِي لِأَحْسَنِها إِلاَّ أَنْتَ، وَاصْرِفْ عَنِّي سَيِّئَهَا، لاَ يَصْرِفُ عَنِّي سَيِّئَهَا إِلاَّ أَنْتَ، لَبَّيْكَ وَسَعْدَيْكَ، وَالخَيْرُ كُلُّهُ بِيَـــــــدَيْكَ، وَالشَّـــــرُّ لَيْسَ إِلَيْــــــكَ، أَنَا بِكَ وَإِلَيْكَ، تَبارَكْتَ وَتَعَالَيْتَ، أَسْتَغْفِرُكَ وَأَتوبُ إِلَيْكَ)).

Ik heb mijn gezicht oprecht gekeerd naar Hem die de hemelen en de aarde heeft voortgebracht en ik behoor niet tot degenen die (anderen met Allah) associëren. Waarlijk mijn gebed, mijn offer, mijn leven en mijn dood zijn voor Allah, Heer der werelden, geen partner heeft Hij, hiermee ben ik bevolen en ik behoor tot de moslims. O Allah, U bent de Soeverein, niemand heeft het recht om aanbeden te worden behalve U. U bent mijn Heer en ik ben Uw dienaar. Ik heb mijn eigen ziel onrecht aangedaan en mijn zonde erkend, dus vergeef mij al mijn zonden, want niemand vergeeft zonden behalve U. Leid mij naar de beste karakters, want niemand anders dan U kan daartoe leiden, en verlos mij van de slechtste karakters, want niemand anders dan U kan mij ervan verlossen. Hier ben ik, in antwoord op Uw oproep, blij om u van dienst te zijn. Al het goede ligt in Uw handen en het kwade komt niet van U voort. Ik besta door jouw wil en zal naar jou terugkeren. Gezegend en Verheven bent U, ik zoek Uw vergiffenis en heb berouw bij U.) (Allah schept geen puur kwaad dat geen enkel goed heeft of enig voordeel, wijsheid of barmhartigheid bevat, noch straft Hij iemand zonder een zonde te hebben begaan. Iets kan goed zijn in termen van zijn schepping wanneer het vanuit een bepaald perspectief wordt bekeken en tegelijkertijd slecht zijn wanneer het vanuit een ander perspectief wordt bekeken. Allah heeft de duivel geschapen en door hem stelt Hij Zijn dienaren op de proef, dus er zijn mensen die de duivel haten, hem en zijn manier bevechten en zij staan vijandig tegenover hem en zijn volgelingen en er zijn anderen die trouw zijn aan de duivel en zijn voetstappen volgen. Het kwaad bestaat dus in Zijn schepselen door Zijn wil en wijsheid, niet in Zijn daden of scheppingsdaad.

04
Dhikr 30

Aanroepingen voor het begin van het gebed · 4 van 6

((اللَّهُمَّ رَبَّ جِبْرَائِيلَ، وَمِيْكَائِيلَ، وَإِسْرَافِيلَ، فَاطِرَ السَّمَوَاتِ وَالأَرْضِ، عَالِمَ الغَيْبِ وَالشَّهَادَةِ أَنْتَ تَحْكُمُ بَيْنَ عِبَادِكَ فِيمَا كَانُوا فِيهِ يَخْتَلِفُونَ. اهْدِنِي لِمَا اخْتُلِفَ فِيهِ مِنَ الْحَقِّ بِإِذْنِكَ إِنَّكَ تَهْدِي مَنْ تَشَاءُ إِلَى صِرَاطٍ مُسْتَقيمٍ)).

O Allah, Heer van Jibra-eel, Meeka-eel en Israfeel (grote hoeken), Schepper van de hemelen en de aarde, Kenner van het geziene en het onzichtbare. U bent de scheidsrechter tussen Uw dienaren in datgene waarover zij hebben betwist. Leid mij met Uw toestemming naar de waarheid, in datgene waarover zij van mening verschilden, want voorwaar, U leidt wie U wilt naar een recht pad.

05
Dhikr 31

Aanroepingen voor het begin van het gebed · 5 van 6

((اللَّهُ أَكْبَرُ كَبِيرَاً، اللَّهُ أَكْبَرُ كَبِيراً، اللَّهُ أَكْبَرُ كَبِيراً، وَالْحَمْدُ لِلَّهِ كَثيراً، وَالْحَمْدُ لِلَّهِ كَثيراً، وَالْحَمْدُ لِلَّهِ كَثيراً، وَسُبْحَانَ اللَّهِ بُكْرَةً وَأَصِيلاً)) ثَلاثاً ((أَعُوذُ بِاللَّهِ مِنَ الشَّيْطَانِ: مِنْ نَفْخِهِ، وَنَفْثِهِ، وَهَمْزِهِ)).

Allah is de Grootste, Allah is de Grootste, Allah is de Grootste, veel lof is voor Allah, veel lof is voor Allah, veel lof is voor Allah, en ik verklaar de perfectie van Allah in de vroege ochtend en in de late namiddag.) (Ik zoek toevlucht bij Allah tegen de duivel, tegen zijn trots, zijn poëzie en zijn waanzin.

06
Dhikr 32

Aanroepingen voor het begin van het gebed · 6 van 6

((اللَّهُمَّ لَكَ الْحَمْدُ، أَنْتَ نُورُ السَّمَوَاتِ وَالأَرْضِ وَمَنْ فِيهِنَّ، وَلَكَ الْحَمْدُ أَنْتَ قَيِّمُ السَّمَوَاتِ وَالأَرْضِ وَمَنْ فِيهِنَّ، [وَلَكَ الْحَمْدُ أَنْتَ رَبُّ السَّمَواتِ وَالأَرْضِ وَمَنْ فِيهِنَّ] [وَلَكَ الْحَمْدُ لَكَ مُلْكُ السَّمَوَاتِ وَالأَرْضِ وَمَنْ فِيهِنَّ] [وَلَكَ الْحَمْدُ أَنْتَ مَلِكُ السَّمَوَاتِ وَالأَرْضِ] [وَلَكَ الْحَمْدُ] [أَنْتَ الْحَقُّ، وَوَعْدُكَ الْحَقُّ، وَقَوْلُكَ الْحَقُّ، وَلِقاؤُكَ الْحَقُّ، وَالْجَنَّةُ حَقٌّ، وَالنَّارُ حَقٌّ، وَالنَّبِيُّونَ حَقٌّ، وَمحَمَّدٌ صلى الله عليه وسلم حَقٌّ، وَالسّاعَةُ حَقٌّ] [اللَّهُمَّ لَكَ أَسْلَمتُ، وَعَلَيْكَ تَوَكَّلْتُ، وَبِكَ آمَنْتُ، وَإِلَيْكَ أَنَبْتُ، وَبِكَ خاصَمْتُ، وَإِلَيْكَ حاكَمْتُ. فَاغْفِرْ لِي مَا قَدَّمْتُ، وَمَا أَخَّرْتُ، وَمَا أَسْرَرْتُ، وَمَا أَعْلَنْتُ] [وَمَا أَنْتَ أَعْلَمُ بِهِ مِنِّي] [أَنْتَ المُقَدِّمُ، وَأَنْتَ المُؤَخِّرُ لاَ إِلَهَ إِلاَّ أَنْتَ] [أَنْتَ إِلَهِي لاَ إِلَهَ إِلاَّ أَنْتَ] [وَلاَ حَوْلَ وَلاَ قُوَّةَ إِلاَّ بِاللَّهِ])).

O Allah, aan U behoort alle lof. U bent het Licht van de hemelen en de aarde en alles wat daarin is. Aan U behoort alle lof. U bent de Onderhouder van de hemelen en de aarde en alles wat daarin is. Aan U behoort alle lof. U bent de Heer van de hemelen en de aarde en alles wat daarin is. Aan U behoort alle lof en de heerschappij over de hemelen en de aarde en alles wat daarin is. Aan U behoort alle lof. U bent de Koning van de hemelen en de aarde. U bent de Waarheid, Uw belofte is waar, Uw woord is waar, de ontmoeting met U is waar, het Paradijs is waar, het Vuur is waar, de profeten zijn waar, Mohammed ﷺ is waar en het Laatste Uur is waar. O Allah, aan U heb ik mij overgegeven, op U vertrouw ik, in U geloof ik, tot U keer ik terug, met Uw bewijs voer ik mijn pleidooi en aan U leg ik mijn oordeel voor. Vergeef mij wat ik eerder en later heb gedaan, wat ik verborgen en openbaar heb gedaan. U bent Al-Muqaddim en Al-Muʾakhkhir. Niemand heeft het recht aanbeden te worden behalve U.