Hoofdstuk 24

Aanroepingen na de laatste Tash-ahhud en vóór het beëindigen van het gebed

Smeekbeden voor het gebed, tijdens de salah en na de taslīm.

11 adhkar Audio beschikbaar
01
Dhikr 55

Aanroepingen na de laatste Tash-ahhud en vóór het beëindigen van het gebed · 1 van 11

((اللَّهُــمَّ إِنِّي أَعُوذُ بِكَ مِنْ عَذَابِ الْقَبْرِ، وَمِنْ عَذَابِ جَهَنَّمَ، وَمِنْ فِتْنَةِ الْمَحْيَا وَالْمَمَاتِ، وَمِنْ شَرِّ فِتْنَةِ الْمَسِيحِ الدَّجَّالِ)).

O Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen de bestraffing van het graf, tegen de kwelling van het Vuur, tegen de beproevingen en beproevingen van het leven en de dood en tegen de kwaadaardige kwelling van Al-Maseeh Ad-Dajjal.) (Al-Maseeh Ad-Dajjal: een van de grote tekenen van het laatste uur en de grootste beproevingen die de mensheid zullen overkomen, waarvoor elke Profeet heeft gewaarschuwd. Het grootste deel van de mensheid zal hem volgen. Hij zal verschijnen uit Asbahan, Iran op het moment dat de moslims Hij zal Constantinopel veroveren. Hij zal speciale bevoegdheden krijgen en de waarheid vals laten lijken en vice versa. Hij zal beweren rechtvaardig te zijn en dan zal hij aanspraak maken op het profeetschap en uiteindelijk zal hij goddelijkheid hebben. Dit is een duidelijk bewijs dat zijn bewering dat hij Allah is, tegenspreekt, aangezien het een teken van onvolmaaktheid zal zijn tussen zijn ogen.

02
Dhikr 56

Aanroepingen na de laatste Tash-ahhud en vóór het beëindigen van het gebed · 2 van 11

((اللَّهُمَّ إِنِّي أَعوذُ بِكَ مِنْ عَذَابِ الْقَبْرِ، وَأَعوذُ بِكَ مِنْ فِتْنَةِ الْمَسِيحِ الدَّجَّالِ، وَأَعوذُ بِكَ مِنْ فِتْنَةِ الْمَحْيَا وَالْمَمَاتِ. اللَّهُمَّ إِنِّي أَعوذُ بِكَ مِنَ الْمَأْثَمِ وَالْمَغْرَمِ)).

O Allah, ik zoek mijn toevlucht bij U tegen de bestraffing van het graf, en ik zoek mijn toevlucht bij U tegen de verleiding en beproeving van Al-Maseeh Ad-Dajjal, en ik zoek mijn toevlucht bij U tegen de beproevingen en beproevingen van leven en dood. O Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen zonde en schulden.

03
Dhikr 57

Aanroepingen na de laatste Tash-ahhud en vóór het beëindigen van het gebed · 3 van 11

((اللَّهُمَّ إِنِّي ظَلَمْتُ نَفْسِي ظُلْماً كَثِيراً، وَلاَ يَغْفِرُ الذُّنوبَ إِلاَّ أَنْتَ، فَاغْفِرْ لِي مَغْفِرَةً مِنْ عِنْدِكَ وَارْحَمْنِي، إِنَّكَ أَنْتَ الغَفورُ الرَّحيمُ)).

O Allah, ik heb mijn ziel inderdaad buitensporig onderdrukt en niemand kan de zonde vergeven behalve U, dus vergeef mij een vergeving van Uzelf en wees mij genadig. Zeker, U bent de meest vergevingsgezinde, de meest barmhartige.) (Van uzelf: dat wil zeggen van uw diepste genade zonder deze te verdienen en een vergeving die past bij uw enorme vrijgevigheid.

04
Dhikr 58

Aanroepingen na de laatste Tash-ahhud en vóór het beëindigen van het gebed · 4 van 11

((اللَّهُمَّ اغْفِرْ لِي مَا قَدَّمْتُ، وَمَا أَخَّرْتُ، وَمَا أَسْرَرْتُ، وَمَا أَعْلَنْتُ، وَمَا أَسْرَفْتُ، وَمَا أَنْتَ أَعْلَمُ بِهِ مِنِّي. أَنْتَ الْمُقَدِّمُ، وَأَنْتَ الْمُؤَخِّرُ لاَ إِلَهَ إِلاَّ أَنْتَ)).

O Allah, vergeef mij wat ik eerder en later heb gedaan, wat ik verborgen en openbaar heb gedaan, waarin ik de grenzen heb overschreden en wat U beter van mij weet. U bent Al-Muqaddim en Al-Muʾakhkhir. Niemand heeft het recht aanbeden te worden behalve U.

05
06
Dhikr 60

Aanroepingen na de laatste Tash-ahhud en vóór het beëindigen van het gebed · 6 van 11

((اللَّهُمَّ إِنِّي أَعُوذُ بِكَ مِنَ الْبُخْلِ، وَأَعوذُ بِكَ مِنَ الْجُبْنِ، وَأَعُوذُ بِكَ مِنْ أَنْ أُرَدَّ إِلَى أَرْذَلِ الْعُمُرِ، وَأَعُوذُ بِكَ مِنْ فِتْنَةِ الدُّنْيَا وَعَذَابِ الْقَبْرِ)).

O Allah, ik zoek mijn toevlucht bij U tegen gierigheid en lafheid, ik zoek mijn toevlucht bij U opdat ik niet terugkeer naar de ergste levens “d.w.z. ouderdom, zwak zijn, onbekwaam en in een staat van angst”, en ik zoek mijn toevlucht bij U tegen de beproevingen en beproevingen van dit leven en de bestraffing van het graf.

07
08
Dhikr 62

Aanroepingen na de laatste Tash-ahhud en vóór het beëindigen van het gebed · 8 van 11

((اللَّهُمَّ بِعِلْمِكَ الغَيْبَ وَقُدْرَتِكَ عَلَى الْخَلقِ أَحْيِنِي مَا عَلِمْتَ الْحَيَاةَ خَيْراً لِي، وَتَوَفَّنِي إِذَا عَلِمْتَ الْوَفَاةَ خَيْراً لِي، اللَّهُمَّ إِنِّي أَسْأَلُكَ خَشْيَتَكَ فِي الْغَيْبِ وَالشَّهَادَةِ، وَأَسْأَلُكَ كَلِمَةَ الْحَقِّ فِي الرِّضَا وَالْغَضَبِ، وَأَسْأَلُكَ الْقَصْدَ فِي الْغِنَى وَالْفَقْرِ، وَأَسْأَلُكَ نَعِيماً لاَ يَنْفَدُ، وَأَسْأَلُكَ قُرَّةَ عَيْنٍ لاَ تَنْقَطِعُ، وَأَسْأَلُكَ الرِّضَا بَعْدَ الْقَضَاءِ، وَأَسْــــأَلُكَ بَرْدَ الْعَيْشِ بَعْدَ الْمَوْتِ، وَأَسْأَلُكَ لَذَّةَ النَّظَرِ إِلَى وَجْهِكَ، وَالشَّوْقَ إِلَى لِقائِكَ فِي غَيرِ ضَرَّاءَ مُضِرَّةٍ، وَلاَ فِتْنَةٍ مُضِلَّةٍ، اللَّهُمَّ زَيِّنَا بِزِينَةِ الإِيمَانِ، وَاجْعَلْنَا هُدَاةً مُهْتَدِينَ)).

O Allah, door Uw kennis van het ongeziene en Uw macht over de schepping, houd mij in leven zolang U weet dat zo'n leven goed voor mij is en neem mij mee als U weet dat de dood beter voor mij is. O Allah, maak mij bang voor U, zowel in het geheim als in het openbaar, en ik vraag U om mij trouw te maken in mijn woorden, in tijden van plezier en woede. Ik vraag U om mij gematigd te maken in tijden van rijkdom en armoede en ik vraag U om eeuwige gelukzaligheid en vreugde die nooit zal ophouden. Ik vraag U om mij tevreden te stellen met wat U heeft verordend en om een gemakkelijk leven na de dood. Ik vraag U om de zoetheid van het aanschouwen van Uw Gezicht en een verlangen om U te ontmoeten op een manier die geen rampspoed met zich meebrengt die me zal brengen over schade, noch over een beproeving die tot afwijkingen zal leiden. O Allah, verfraai ons met de versiering van het geloof en maak ons ​​tot degenen die leiden en op de juiste wijze geleid worden.

09
Dhikr 63

Aanroepingen na de laatste Tash-ahhud en vóór het beëindigen van het gebed · 9 van 11

((اللَّهُمَّ إِنِّي أَسْأَلُكَ يَا أَللَّهُ بِأَنَّكَ الْوَاحِدُ الْأَحَدُ الصَّمَدُ الَّذِي لَمْ يَلِدْ وَلَمْ يولَدْ، وَلَمْ يَكنْ لَهُ كُفُواً أَحَدٌ، أَنْ تَغْفِرَ لِي ذُنُوبِي إِنَّكَ أَنْتَ الْغَفُورُ الرَّحِّيمُ)).

O Allah, ik vraag U, O Allah, aangezien U Degene bent, de Enige, AS-Samad, Degene die niet verwekt, noch werd Hij verwekt en er is niemand zoals Hij, dat U mij mijn zonden vergeeft, want waarlijk U bent de Meest Vergevingsgezinde, de Meest Barmhartige.) (AS-Samad: De Zelfvoorzienende Meester, Bezitter van perfecte eigenschappen tot wie de hele schepping zich in al hun behoeften wendt.

10
Dhikr 64

Aanroepingen na de laatste Tash-ahhud en vóór het beëindigen van het gebed · 10 van 11

((اللَّهُمَّ إِنِّي أَسْأَلُكَ بِأَنَّ لَكَ الْحَمْدَ لَا إِلَهَ إِلاَّ أَنْتَ وَحْدَكَ لاَ شَرِيكَ لَكَ، الْمَنَّانُ، يَا بَدِيعَ السَّمَوَاتِ وَالْأَرْضِ يَا ذَا الْجَلاَلِ وَالْإِكْرَامِ، يَا حَيُّ يَا قَيُّومُ إِنِّي أَسْأَلُكَ الْجَنَّةَ وَأَعُوذُ بِكَ مِنَ النَّارِ)).

O Allah, ik vraag U, want voor U is alle lof; niemand heeft het recht om aanbeden te worden behalve U, alleen, zonder partner. Jij bent de Weldoener. O Schepper van de hemelen en de Aarde, O Bezitter van majesteit en eer, O Altijd Levend, O Zelfbestaand en Ondersteuner van alles, voorwaar, ik vraag U om het Paradijs en ik zoek mijn toevlucht bij U tegen het Vuur.

11
Dhikr 65

Aanroepingen na de laatste Tash-ahhud en vóór het beëindigen van het gebed · 11 van 11

((اللَّهُمَّ إِنِّي أَسْأَلُكَ بِأَنَّي أَشْهَدُ أَنَّكَ أَنْتَ اللَّهُ لاَ إِلَهَ إِلاَّ أَنْتَ الْأَحَدُ الصَّمَدُ الَّذِي لَمْ يَلِدْ وَلَمْ يُولَدْ وَلَمْ يَكُنْ لَهُ كُفُواً أَحَدٌ)).

O Allah, ik vraag U, omdat ik getuig dat U Allah bent, niemand het recht heeft om aanbeden te worden behalve U, Degene, AS-Samad die niet verwekt, noch werd Hij verwekt en er is niemand zoals Hij.) (AS-Samad: de zelfvoorzienende meester, bezitter van perfecte eigenschappen tot wie de hele schepping zich in al hun behoeften wendt.